The Quest / Op zoek


Raap alle moed bijeen en waag de sprong. Je zult het overleven maar je leven wordt zo heel anders dat je het verband met je oude leven niet meer ziet. Het is er niet meer het vervolg van. Het oude leven was zo miezerig, zo kleingeestig, zo zelfzuchtig en het nieuwe is zo immens. Van een dauwdruppeltje ben je de oceaan geworden. Maar zelfs een dauwdruppel die van een lotusblad afglijdt, beeft even, probeert nog eventjes aan het blad te blijven hangen want hij ziet ginds al de oceaan… en als hij eenmaal van het lotusblad is gevallen, is hij er niet meer. Zeker, in zekere zin is hij er niet, als dauwdruppel is hij verdwenen. Maar hij gaat er niet op achteruit. Hij wordt onmetelijk als een oceaan.

Alle andere oceanen hebben grenzen.
De oceaan van het bestaan is grenzeloos

Ik heb meer dan eens gesproken over een prachtig gedicht van Rabindranath Tagore. De dichter is duizenden levens lang op zoek geweest naar God. Soms heeft hij hem gezien, heel ver weg, nabij een ster en is hij daar naartoe gereisd, maar tegen de tijd dat hij daar aankwam, was God al weer onderweg naar iets anders. Maar hij bleef zoeken, hij was vastbesloten het huis van God te vinden en tot zijn immense verbazing bereikte hij op een dag een huis met het opschrift “Huis van God”.
Je kunt je zijn verrukking, zijn blijdschap wel voorstellen. Hij rende de trappen op en net toen hij op de deur wilde kloppen, verkrampte zijn hand. Er ging door hem heen: `Stel je eens voor dat dit werkelijk het huis van God is, dan ben ik klaar, dan is mijn zoektocht ten einde. Ik ben één geworden met mijn zoeken, met mijn zoektocht. Ik weet niet meer anders. Als de deur opengaat en ik zie God, dan is het uit — de zoektocht is afgelopen. Wat dan?’
Hij beefde van angst, trok zijn schoenen uit en daalde de mooie marmeren trappen af. Zijn angst was dat God de deur zou openen, ook zonder dat hij geklopt had. En toen rende hij zo hard als hij nog nooit in zijn leven had gelopen. Hij had altijd gedacht dat hij zo hard als hij kon achter God aan rende maar nu nam hij zo hard als hij ooit had gedaan de benen, zonder om te kijken.

Het gedicht eindigt aldus: `Ik ben nog steeds op zoek naar God. Ik weet nu waar hij woont en ik blijf daar uit de buurt. Ik zoek nu op alle andere plaatsen. Het is heel opwindend, het is een geweldige uitdaging en door te blijven zoeken komt er geen einde aan mijn bestaan. Van God heb ik te vrezen dat het met mij afgelopen is. Maar nu ben ik niet meer bang voor God want ik weet waar hij woont. En terwijl ik uit de buurt van zijn huis blijf, kan ik hem overal in dit universum blijven zoeken. En diep in mezelf ben ik ervan overtuigd dat mijn zoeken niet God geldt maar dient om voedsel te geven aan mijn ego.’

Rabindranath Tagore heeft doorgaans weinig op met religie. Maar alleen een religieuze mens die heel wat heeft doorgemaakt, kan zo’n gedicht schrijven. Het bevat zo’n immense waarheid als doorgaans in gedichten niet te vinden is.
De situatie is dat gelukzaligheid geen jou accepteert, jij moet verdwijnen. Vandaar dat je weinig gelukzalige mensen tegenkomt. Ellende voedt je ego, vandaar dat je zoveel erbarmelijke mensen tegenkomt. Het fundamentele, centrale punt is het ego.
Voor de verwerkelijking van de uiteindelijke waarheid moet je de prijs betalen en die prijs is niets anders dan het ego op te geven. Wanneer het moment daarvoor komt, aarzel dan niet. Verdwijn in een dans… verdwijn met een geweldige lach, verdwijn met een lied op je lippen.

Bekijk ook

Worth / Waarde

Worth / Waarde

Bekommer je niet te zeer om bruikbaarheid . Bedenk liever voortdurend dat je niet leeft ...