Heide (1955 – 1996)


We speelden verstoppertje aan de rand van het bos (een twintigtal meter van de rijbaan Kalmthout-Heide-Putte verwijderd) schuin over de ingang van ’t natuurreservaat. ’t Was een zonnige zomerse namiddag.

Een blondharig meisje stond aan een boom hardop af te tellen en de anderen moesten zich dan verstoppen, waarna ’t meisje ons kwam zoeken en van zodra ze iemand had gevonden trachtte die sneller dan ’t meisje naar de boom te lopen om deze als eerste aan te raken.

Dit was reeds geruime tijd bezig en ‘k dacht deze keer nu eens verder te lopen dan de anderen terwijl ’t meisje aftelde en zodoende liep ‘k parallel aan de baan (kasseiweg toen) zo snel en zo ver mogelijk weg, voorbij al de anderen, om me dan te verstoppen achter een dikke boom.

Voor mij waren de kameraadjes duidelijk zichtbaar en achter mij waren nog enkele dikke bomen waarachter dan ’n plek van ’n tiental meter lengte en vijf meter breedte waarop slechts enkele kleine bomen stonden.

Links van deze plek wat laag struikgewas en kreupelhout met grote bomen tot ver erachter, rechts van deze terug ’n aantal grote bomen en dan de rijbaan.

Terwijl ’t spel bezig was, kreeg ‘k opeens het duidelijke gevoel dat er achter mij toch nog iemand was, net alsof ‘k door iemand werd bespied.

’n Speelkameraadje kon ’t niet zijn en hoe ‘k ook rondom keek: er was niemand te zien, noch te horen. Deze indruk was zo intens, dat ‘k ’t spel heb gelaten voor wat ’t was, recht ben gestaan en de enkele dikke bomen achter mij voorbij ben gestapt tot aan de rand van de plek met de kleine bomen.

Ook daar zag of hoorde ‘k niemand en toch was er die zekere indruk:

er is iemand (links van de plek en dus ’t verst verwijderd van de rijbaan) en dat was ‘n beklemmend beangstigende ervaring.

Zonder duidelijke reden ben ‘k toch de semi open plek overgestapt tot aan de eerste dikke boom aan de andere kant. Daar was de angst plots weg.

Opmerking: best mogelijk dat een relatief open plek tussen bomen als onbeschermd overkomt en zodoende ’n angstgevoel teweegbrengt als je deze als kind alleen overgaat, maar des te meer oppert zich dan echter de vraag waarom ‘k het dan wel gedaan heb; waarom dit verkiezen boven het plezierige spel met de kameraadjes?

Een dikke wortel stak links van de dikke naaldboom deels boven de grond uit en om een totaal onbekende reden heb ‘k een stokje opgeraapt en ben zo maar beginnen graven (geen brede put, wel vertikaal en op 1 welbepaalde plaats) links naast de boom kort bij de stam en net voor de wortel aan mijn zijde.

Op 10 cm diepte stootte ‘k plots op iets hard wat ‘k verder met de hand eruit heb gehaald: ’t bleek ’n volledig intacte lader met 8 geweerkogels te zijn.

Deze kogels waren schuin naast elkaar per 4 in een clip gemonteerd.

Ben er trots mee naar de andere kinderen gelopen om te laten zien maar heb ’t direct moeten afgeven aan de leiders.

US M1 Garand rifle clip – 8 kogels caliber .30

Dit type lader werd destijds opgegraven, wat aantoont dat buiten ’t engelse standaard Lee-Enfield geweer, ook de M1 Garand gebruikt werd door Canadezen

of begeleidende weerstanders.

Pas tientallen jaren later – naar aanleiding en omwille van verscheidene andere vreemde voorvallen – ben ‘k ook dit in een ander perspectief gaan bekijken.

Dat een kind naar een plaats stapt, verscheidene meters verder, om daar dan onzichtbaar aan de oppervlakte en heel exact op die plaats zoiets in de grond te vinden, is toch erg vreemd.

Zulks kan onmogelijk worden toegeschreven aan louter toeval en daarom dringt een andere verklaring zich op. Ook de duidelijke angstgevoelens aan die semi open plek en deze dan toch overwinnen is niet zo maar als vanzelfsprekend te beschouwen.

In 1996 ging ik er terug naar toe met oudste zoon. We hadden een metaaldetector bij.

Heb, na enige correcties omwille van verschillen in grootte kind/volwassene, de plaats aangewezen waar ’t toen moet geweest zijn en hij heeft (tot ons beider grote verbazing) geen 2 stappen moeten doen en de detector biepte: een afgeschoten verweerde WO2 kogelhuls onzichtbaar deels in de grond onder de dennennaalden.

Dit zou toeval kunnen zijn en juist daarom hebben we nadien wel erg grondig en systematisch tientallen meter in de omgeving gescand gedurende 1 uur, verder helemaal niets meer gevonden en ’t zoeken dan maar gestopt.

Dat er op de plaats die ‘k heb aangewezen, zeer nabij aan deze waar destijds de lader werd gevonden, iemand lange tijd geleden met ’n oorlogsgeweer heeft geschoten is wel zeer waarschijnlijk.

Gezien de meerdere andere onafhankelijke en op logische wijze onverklaarbare voorvallen nadien, opteer ‘k nu voor de thesis dat op die exacte plaats of uiterlijk in de wel erg nabije omgeving iets is voorgevallen, dat er mogelijk misschien wel iemand gesneuveld is.

Dit zou misschien nog kunnen nagegaan worden en is afhankelijk van de nauwkeurigheid van plaatsregistratie van gesneuvelden.

Het spijtige is dat zeer dicht aan die plaats nu 1 van de recent opgerichte gebouwen staat en dat er bovendien aan de rand van het bos een lange weg is getrokken parallel aan de baan Heide-Putte. Dit maakt de exacte lokalisatie van de plaats nu beduidend moeilijker.

De recent genomen foto (Zie bovenaan) werd genomen op de aangelegde weg, net over de uiterste zijkant van een der gebouwen. Dit is het gebouw wat ’t verst is verwijderd van de ingang van de parkingplaats.

Rechts van de weg bemerkt men een deel van de rijbaan welke nu geasfalteerd is (smalle grijze strook).

De plaats waar destijds de lader werd gevonden is ongeveer ter hoogte waar de tak vooraan dwars op de weg ligt.

Bekijk ook

Uittredingen: Mijn persoonlijke ervaring

Uittredingen: Mijn persoonlijke ervaring

Vroeger was ik veel bezig met uittredingen. Eerst per ongeluk later bewust. Mijn manier was om op mijn rug op bed te gaan liggen. Mijn ogen dicht. En dan komt het moeilijkste: Nergens aandenken, je hoofd volledig leeg maken. Op het moment dat je eraan denkt dat je nergens aan mag denken, ben je al aan het denken.