begeleiding na het sterven


Het kan zijn dat men bij het overgaan niets van het astrale ziet. Men ziet geen tunnel, of men is zich hier nauwelijks bewust van. Men ziet geen overleden familieleden, niemand die op hen wacht. Deze mensen blijven na hun overgang in de buurt van hun lichaam. In de kamer waar men gestorven is of in de buurt waar men verongelukt is. Pas later, meestal na de begrafenis of crematie, zal men goed om zich heen gaan kijken en begint de astrale wereld te dagen. Eerst vaag, dan steeds duidelijker. Langzaam begint men te beseffen wat er aan de hand is.

Iedereen zal weer anders reageren op het feit dat men na het sterven geen stoffelijk lichaam meer heeft. Iemand kan nu vol wanhoop in de buurt van zijn stoffelijk lichaam blijven. Men begrijpt niet wat er gebeurd is, men begrijpt niet waarom men het lichaam daar ziet liggen en waarom men niets aan deze situatie kan doen. Tot hun grote ontzetting zullen zij moeten ervaren dat men niet meer in het vertrouwde lichaam terug kan en moet men aanzien dat het lichaam in een kist gaat en begraven of verbrand wordt. Voor sommige mensen kan er veel tijd overheen gaan voordat zij tot het besef komen wat er nu eigenlijk aan de hand is.

Veel mensen blijven na de overgang, terwijl zij dus al in de astrale dimensie zijn, in de buurt van hun lichaam. Daarom is het ook zo belangrijk dat het lichaam met respect behandeld wordt, want de overledene kan op afstand alles zien wat er met zijn of haar lichaam gebeurt. De meeste mensen gaan door de tunnel en komen dan in het astrale aan, waarna zij weer gedachten krijgen over hun achtergelaten lichaam. Gedachten trekken de persoon naar het object van de gedachten. Mensen die in de buurt van hun lichaam willen blijven, zweven als het ware achter hun lichaam aan als dit naar het mortuarium wordt gebracht. Wanneer zij zich in het mortuarium instellen op hun achtergebleven familie, dan flitst men zichzelf daarmee terug naar huis. Het lijkt op een nare droom. Zo kan men van het een naar het ander gaan, men flitst zich zelf door de eigen gedachten heen en weer, zonder dat men beseft dat het de eigen gedachten en emoties zijn die hen zo voortjagen. Het astrale lichaam wordt door onze gehechtheid, de compassie die we voor iets voelen, in beweging gebracht. En het astrale lichaam kan zich door onze wil zich verplaatsen. Het kan vliegen en door muren heen gaan. Maar men heeft geen vat op de materie, net zoals in dromen.

Men merkt dat men geen contact meer heeft met de achtergebleven familie. In zeer uitzonderlijke gevallen is men zodanig aan het stoffelijk lichaam gehecht dat men er weer in wil kruipen, om het tot leven te wekken. In grote verwarring moeten zij vaststellen dat dit niet gaat en in grote paniek bezien zij de toestand waarin het lichaam verkeert.

Het kan ook gebeuren dat iemand op de operatietafel sterft. De arts zal dan het lichaam met respect moeten dichtmaken. Bovendien zal de arts tegen de overledene moeten zeggen wat er gebeurd is, dat men is overleden. Hiermee is men een grote hulp voor de overledene en deze zal de arts hiervoor ook dankbaar zijn.

Wanneer iemand plotseling is komen te overlijden en u wordt er bij geroepen, vraag dan aan de nabestaanden of u alleen gelaten kunt worden met de overledene. Ga naar de kamer waar de persoon is overleden, of ga naar het mortuarium, waar het lichaam is. Praat dan tegen de overledene en noem deze bij de voor- en achternaam. Zeg wat er gebeurd is, zeg dat u weet hoe moeilijk het is om zomaar eventjes uit het aardse leven gehaald te worden. Ook de echtegenoot of echtgenote of de kinderen kunnen op deze manier tegen de overledene praten. Zij kunnen misschien zeggen; “ik hou van je!” Daarna kan men gedurende twee weken, twee keer per dag op het zelfde tijdstip gedachten van liefde en vergeving uitzenden naar de overledene. Wanneer deze twee weken om zijn kan men dit terugbrengen naar een keer per dag. Wanneer er zes weken om zijn kan men hiermee stoppen. Na ongeveer zes weken zal de overledene zich geheroriënteerd hebben en zijn aangekomen in zijn bestemmingssfeer.

Is iemand omgekomen bij een verkeersongeluk houd dan daar, op die plek, in besloten kring een eredienst. Leg op deze plek bloemen neer.

De begeleider mag nooit meteen na het overlijden weggaan. Vooral na het overlijden van een wat meer aardgebonden mens, is het goed om naast het lichaam te gaan zitten om voor de overledene te bidden. Ook kunnen we de overledene in gedachten naar het licht sturen.

Wanneer een goed en liefdevol mens is overgegaan dan is begeleiding door een achterblijver veel minder noodzakelijk. Iemand die gewend is geweest zijn bewustzijn op God te richten, zal al tijdens zijn sterven de schitterende astrale wereld zien opdoemen en hierin wegglijden. Voor zo iemand bestaat er op dat moment geen familie of begeleider meer, men wordt dan volledig in beslag genomen door die nieuwe liefdevolle wereld. Maar ook nu moet de begeleider niet te snel weggaan, de begeleider kan dan beter met de familie blijven nagenieten. Meestal zijn de momenten vlak na het heengaan van een liefdevol persoon erg teer. Laat de familie naast de overledene gaan zitten. Als er gepraat wordt, praat dan zachtjes.

Iedere overledene wordt aan gene zijde opgevangen en verder geholpen, maar ook wij, achterblijvers op aarde, kunnen gedachten naar de overledene zenden: “Ga naar het licht, kijk om je heen en zie je astrale gids, je bent overleden en nu in die andere wereld. Je leven gaat gewoon door ook al is het in een andere wereld”.

Overledenen kunnen gedachten lezen, mits wij ons op de overledene afstemmen en mits we onze gedachten met enige kracht uitzenden.

Het is belangrijk dat de mensen op aarde tegen de overledene praten. Aan gene zijde wordt iedereen, zonder uitzondering, opgevangen en ook verder geholpen. Toch duurt het vaak nog zes tot negen weken voordat de overledene zijn heengaan grotendeels verwerkt heeft. Dit is de diepere achtergrond van de Katholieke zeswekendienst.

Een aardgebonden Ziel zal na het overlijden in beslag worden genomen door verschillende zaken die zich rond zijn lichaam afspelen door. Deze mensen krijgen zo af en toe wel flitsen van het astrale te zien, maar men heeft hier geen oog voor. Men is het ook niet gewend om zich te openen voor deze meer verfijnde zaken, net zoals men in het voorbije leven ook niet gewend was zich open te stellen voor de meer verfijnde geestelijke zaken.

De vroegere eigenaar van het lichaam zal het goed doen te zien dat zijn lichaam met eerbied wordt behandeld. Dit lichaam is hem jarenlang van dienst geweest en men wil hier dan ook met dankbaarheid naar kunnen kijken. Het lichaam moet zo liggen dat het voor de overledene prettig is om naar te kijken.

Iedere overledene komt nog eens naar zijn lichaam kijken, al is het alleen maar om de eigen begrafenis of crematie bij te wonen. Het zien van het achtergelaten lichaam kan de overledene diep ontroeren.

Verplaats u in de overledene, in welke kleren zal de overledene het liefst naar zichzelf willen kijken. We kunnen ook vooraf, tijdig, aan de stervende vragen welke kleren men bij zijn begrafenis of crematie aan wil. Men kan ook overwegen, het lichaam in een laken te wikkelen. Ga niet bij iemand die het liefste in een spijkerbroek heeft rondgelopen een net pak aan trekken. Ook al heeft men een langdurig ziekbed achter de rug, toch is het beter om het lichaam nu geen pyjama aan te doen. Men heeft immers langer geleefd dan dit ziekbed. Geef een kind kinderkleren mee, geef het de kleren waarin het het liefst heeft rondgelopen.

De overige kleren kan men beter niet onder de familie verdelen, beter is het om deze aan een instelling te geven zodat deze verspreid raken onder onbekende mensen.

Bij het opbaren kan men de handen van de overledene in elkaar vouwen, eventueel met daarin een fotootje van een eerder overgegane levenspartner of een prentje van een Heilige die in het leven van de overledene een rol heeft gespeelt.

U kunt het lichaam wassen en aankleden samen met een ervaren persoon of, als u dit zelf al een paar keer eerder heeft gedaan, samen met iemand van de familie. Praat terwijl u bezig bent zachtjes, of in gedachten tegen de overledene. Wanneer de overledene Katholiek is, kan men een rozenkrans in de gevouwen handen leggen. We moeten eigenlijk al lang van te voren weten wat er moet gebeuren met de sierraden. De overledene vindt het erg naar, als hij of zij ziet, dat bepaalde sierraden of de trouwring waar aan men gehecht is geweest aan de verkeerde mensen worden gegeven.

Bij een kind kunnen we wat speelgoedjes, of de lievelingsknuffel in het kistje kunnen leggen. Een kind kan een knuffel ervaren als een soort deelgenoot, een stille bondgenoot en dit geeft steun.

Behandel het lichaam met de grootst mogelijke eerbied en respect. De overledene zal het verschrikkelijk vinden als deze ziet dat er met zijn of haar lichaam gesold wordt. Het is af te raden om een foto van de overledene te maken. Beter is het om de mooie herinneringen te bewaren.

Wanneer u met het afleggen klaar bent ruimt u de kamer op en laat u het lichaam verder zoveel mogelijk met rust.

In warme landen is het uit hygiënische overwegingen noodzakelijk het lichaam binnen vierentwintig uur te begraven of te cremeren. Daardoor heeft de overledene maar weinig tijd om afscheid te nemen van zijn lichaam. Bij ons in het westen hebben we het geluk dat we hiervoor drie dagen de tijd krijgen, zodat er meer ruimte is om bewust te worden van onze nieuwe wereld, voordat we het zicht op ons lichaam definitief kwijt zijn.

Wanneer dit mogelijk is kunnen we het lichaam in de kamer waarin men is overgegaan opbaren. De overledene kan nu in rust afscheid van zijn lichaam nemen. Wel moet er dan vooraf overleg zijn geweest met de begrafenisondernemer, omdat een aantal zaken voor dit thuis opbaren geregeld moeten zijn. We kunnen ons indenken hoe het voor iemand is om in een onpersoonlijk mortuarium te liggen. Om daar opgebaard te liggen tussen al die onbekende lichamen. Zowel de overledene als ook de familie zal zich in een mortuarium niet erg thuis voelen. Het is ook niet plezierig voor de overledene als de begrafenisondernemer het lichaam meteen na het overlijden komt weghalen en dat men dan weer zo snel mogelijk de kamer inricht zoals deze was voor het ziekbed van de overledene; als of er niets gebeurd is.

Het is voor niemand goed om nu overdreven plechtig te doen. Wanneer het lichaam thuis wordt opgebaard, maak dan de sfeer zo plezierig mogelijk, met bloemen. Wees terughoudend met het branden van kaarsen. Het is niet noodzakelijk om de gordijnen continu gesloten te houden.

Vooral iemand die zich op het ziekbed niet vrijelijk heeft kunnen uitspreken, of iemand die vrij plotseling uit het leven is weggerukt, kan wroeging hebben over bepaalde zaken, of over bepaalde delen van het leven. Men heeft bepaalde zaken niet kunnen oplossen. Dit kan voor de overledene bijzonder zwaar zijn, alsof men een zware steen op de schouders mee torst. Men wil graag bepaalde dingen uitspreken maar dit gaat nu niet meer. De familie kan het de overledene dan gemakkelijker maken door naast het lichaam te gaan zitten en hardop of in gedachten te zeggen: “Als je het vervelend vindt dat je dit of dat niet meer hebt kunnen uitspreken, of als je met dit of dat zit: ik vergeef het je”. We kunnen nu beter positief gedachten zenden naar de overledene en op een positieve manier tegen hem of haar praten dan dat we klakkeloos onze gebedjes afraffelen of onze mantra’s afjakkeren.

Het is prachtig als men met de familie een meditatie, of nachtwake bij de overledene houdt. Wees er op bedacht dat men na het overlijden, tot zijn grote schrik, de overledene weer kan gaan zien ademhalen. Dit komt omdat men het beeld van de nog levende zieke bij zich draagt en men dit beeld gemakkelijk op het dode lichaam kan projecteren. Maar dit kan ook komen omdat de omstanders niet willen geloven dat de dood is ingetreden. Iets dergelijks kan iemand ook gemakkelijk overkomen als men de overledene lange tijd gekend heeft. Men kan dan opeens, terwijl men op straat loopt of in een warenhuis is, de overledene zien terwijl dit dus een projectie is.

Er zijn ook overledenen die meteen na hun overlijden naar hun bestemmingssfeer gaan en alleen nog terugkomen om hun uitvaart mee te maken, om definitief afscheid van hun aardse leven te nemen, om hun vrienden te groeten.

We kunnen stellen dat eigenlijk iedereen zijn of haar uitvaart meemaakt. Men is erbij! Voor de een kan dit een droeve gebeurtenis zijn, een afscheid van het aardse bestaan. Voor de ander is het als een bevrijding, men ervaart deze bevrijding eigenlijk al op het moment van sterven.

Ook een kind kan het moeilijk vinden om het lichaam los te laten. Hoewel bij een kind de herinnering aan de astrale wereld meer aan de oppervlakte ligt dan bij een volwassene en het daarom in het algemeen wat gemakkelijker afstand van het aardse zal kunnen doen. Een kind zal zich ook wat sneller thuis voelen in het astrale dan een volwassene. Kinderen zullen over het algemeen minder behoefte hebben om in de buurt van hun lichaam te blijven.

Er blijft eigenlijk altijd nog gedurende een paar dagen een binding met het lichaam bestaan. Dit heeft te maken met het feit dat er nog wat rest-energie van de stoffelijke aura aan het lichaam gekleefd zit. Het schijnt zelfs zo te zijn dat de huid van het lichaam nog een paar dagen na het overlijden in leven blijft. Pas als er helemaal geen energie meer bij het lichaam aanwezig is begint het proces van ontbinding. Dan valt het lichaam in atomen uiteen. Bij iemand die veel binding heeft met het aardse, zal het lichaam langzamer tot ontbinding overgaan dan bij iemand die het aardse gemakkelijker los kan laten. Bij iemand die positief geleefd heeft, zal het lichaam zich eerder ontbinden.

Sommigen gaan door de tunnel, worden overspoeld door liefde en licht en voelen alleen de behoefte om nog één keer terug te blikken, om de eigen begrafenis op aarde te zien.

Anderen voelen een sterke band met het achtergelaten lichaam of met het aardse. Zij zullen zich dan ook vrijwel meteen na een eventuele tunnel ervaring op het achtergelaten lichaam richten. Soms blijft de overledene weken lang in de buurt van het graf om over het voorbije leven te wenen.

Hoe persoonlijker de uitvaart verloopt hoe beter de overledene afscheid van zijn laatste incarnatie kan nemen en des te beter de achterblijvers afscheid van de overledene kunnen nemen. De overledene vindt het heel erg als zijn lichaam zomaar eventjes gedumpt wordt. De overledene vindt het ook erg als er vrijwel niemand op zijn begrafenis aanwezig is. Een soldaat die wordt begraven in een anoniem graf vind dit verschrikkelijk.

Als iemand sterft tijdens een vakantie, kan men toch beter het lichaam laten overbrengen naar het moederland. Anders zou de overledene te gemakkelijk in een vakantiesfeer kunnen blijven en niet in de sfeer welke aansluit op het leven waar men, voor die incarnatie, voor gekozen heeft.

Men moet oppassen niet al te veel van de gangbare rituelen af te wijken, tenzij dit eerder met de overledene is afgesproken. Vooral begrafenissen worden in onze cultuur al sinds lange tijd op dezelfde manier uitgevoerd. Ook de overledene is hier aan gewend, vooral als deze meerdere levens hier in onze cultuur heeft doorgebracht. Als men zo maar eventjes gaat afwijken van de gebruikelijke rituelen, dan kan de overledene in verwarring raken. Zo zal een Aziaat het ook niet prettig vinden als hij merkt dat hij begraven wordt, vooral als hij gedurende vele levens in Azië gewoond heeft en daardoor uitermate vertrouwd is met crematie. Wanneer we willen afwijken van de gangbare traditie, dan moet men dit vooraf met de stervende bespreken.

In sommige landen is het gebruikelijk dat de kist door familie of vrienden wordt gedragen. Bij ons laat men de kist soms pas in de grond zakken als de familie er niet meer bij is. Het echte begraven maakt men dus eigenlijk niet mee, men veronderstelt dat dit te confronterend is. In de Joodse traditie is het gebruikelijk dat men de geliefde daadwerkelijk begraaft, men gaat pas weg van het graf als het graf dicht is. Ik kan me voorstellen dat dit veel emoties oproept, maar het wegdrukken van emoties zal het rouwproces niet ten goede komen. Joodse mensen besteden het begraven van hun geliefden ook niet uit aan ingehuurde mensen, zij doen dit zoveel mogelijk zelf.

In andere culturen zijn er klaagzangers. De oorspronkelijke bedoeling hiervan is dat deze met hun zang de negatieve krachten wegzenden en positieve energie oproepen. Klaagzangers, meestal zangeressen, bezigden hiervoor bepaalde mantra’s, en heilige gezangen.

Het is goed gebruik om na de uitvaart bij elkaar te komen, om wat te eten of te drinken. Vooral voor degenen die van ver komen, maar ook om elkaar te steunen is dit goed. Bespreek de uitvaartrituelen vooraf met de stervende en kijk of deze ook uitvoerbaar zijn.

Er is niets op tegen om ook kleine kinderen mee naar een begrafenis te nemen. Het is eigenlijk goed voor een kind om dit eens mee te maken, dan wordt het ook met het eindige van het aardse leven geconfronteerd. De dood hoort bij het leven. Zeg tegen het kind: “Dit is alleen het lichaam van opa, of oma”. “Opa, of oma zelf is nu in de hemel”. We kunnen een kind vooraf in grote lijnen vertellen wat er zoal gaat gebeuren bij de uitvaart, zodat het zich wat kan voorbereiden. Laat het uiteindelijk wel aan het kind zelf over of het mee wil gaan of niet.

Laat bij de begrafenis of crematie de muziek horen die de overledene mooi vindt. Het is voor de overledene erg vervelend als deze vanuit gene zijde muziek hoort die hem of haar niet ligt. Wanneer iemand van bijvoorbeeld Bach houdt, en deze muziek ook vaak gehoord heeft op het sterfbed, dan is het welhaast de plicht van de familie om deze muziek ook bij de uitvaart te laten horen, juist omdat de overledene nu behoefte heeft aan zijn vertrouwde, geliefde muziek. Muziek kan een grote steun zijn voor de overledene, dus kies de muziek met grote zorg.

Wanneer de overledene klaar is met het aardse en dus niet meer hoeft te reïncarneren, dan hoort men de hemelse muziek en zal men minder belang hechten aan de muziekkeus van de familie of vrienden. Deze overledene wil het liefst de muziek horen waarbij de achterblijvers zich gesteund voelen. Als de stervende zijn of haar muziekkeus niet kenbaar heeft kunnen manken kan men het beste verheffende muziek laten horen, religieuze muziek.Mensen die slecht geleefd hebben kunnen het moeilijk krijgen als zij nu mooie muziek horen, het confronteert hen met hun voorbije leven.

Leg de lievelingsbloemen van de overledene op de kist. Men kan ook zelf een bloemstukje maken en dit op de kist leggen.

Vaak worden bloemen na de crematie weggegooid. Probeer te regelen dat deze naar bijvoorbeeld een verzorgingstehuis gaan, of neem zelf een paar bloemen mee naar huis als aandenken. Bloemenkransen op de kist en het graf zijn een oud gebruik. Men kan dit vergelijken met een lauwerkrans; men heeft het bereikt.

We kunnen ook een foto van de overledene op de kist leggen, maar dan wel een foto die laat zien hoe de overledene was tijdens zijn of haar leven.

Meestal is de overledene blij als de plechtigheden zijn afgelopen, dan kan men ook verder gaan in die andere wereld, dan is het aardse leven voor hem of haar afgesloten.

Sommige mensen willen het liefst veel mensen op hun begrafenis, veel bloemen en veel toespraken. Anderen willen hun uitvaart het liefst zo eenvoudig mogelijk, in een liefdevolle fijne sfeer.

Ook bij iemand die zelf een einde aan het leven heeft gemaakt zullen we de sfeer rond de uitvaart niet te somber moeten maken. Vooral deze overledenen hebben behoefte aan een opgewekte sfeer omdat zij hun daad in een sombere bui hebben gepleegd. Zij hebben nu behoefte om wat op te knappen. Vergeet ook de familie niet .

Beter is het om de uitvaart niet als een strakke plechtigheid uit te voeren, dit komt op de overledene vaak over als een dooddoener, tenzij deze altijd veel waarde aan dit soort zaken heeft gehecht.

Meestal regelt men wel het testament, maar niet de uitvaart Probeer zoveel mogelijk het een en ander met de stervende door te spreken, de muziek, de teksten de gebeden, wie moet er bij de uitvaart voorgaan. Begin hier niet te laat mee want dan is de stervende met andere zaken bezig, dan ziet hij of zij die nieuwe wereld al naar voren komen en dan heeft hij geen interesse meer in het regelen van zijn uitvaart.

Als een onbekende pastoor of dominee de uitvaart verzorgt, dan wordt dit niet als prettig ervaren. Dit is zo onpersoonlijk, vaak is het dan niet veel meer dan het oplezen van een lesje en daarna snel weg. Beter kan de begeleider een korte toespraak houden, men kent elkaar, het is persoonlijker.

Probeer van uit het hart praten, zeg iets zinnigs. Praat niet vol lof over de overledene. Noem de positieve kanten, maar ga niet alles goed zitten praten, noem ook eens wat tekortkomingen. Bijvoorbeeld: “Hij was soms wat opvliegend, of hij of zij was soms wat stil”. Als de toespraak alleen maar uitdraait op mooipraterij, dan is dit gehuichel ook voor de overledene niet prettig om aan te horen. Bovendien heeft een dergelijk praatje maar weinig waarde. Benader de overledene wel altijd op een positieve manier. Gedenk ook de nabestaanden in uw toespraak

Raffel het niet af. Bij de begrafenis van een kind zal het er emotioneler aan toe gaan dan bij de begrafenis van een hoogbejaarde. Bij iemand die zelf een einde aan zijn of haar leven heeft gemaakt zal de sfeer waarschijnlijk niet al te opgewekt zijn. Nu kan men misschien zeggen; “…(naam van de overledene) is onverwacht van ons heen gegaan”. Benoem de positieve kanten van de persoon; vraag hiernaar aan de familie. Zeg dat de overledene, net zo als ieder ander mens, wordt opgevangen en geholpen. Iedereen vindt het heel erg dat deze persoon zo aan het einde is gekomen, inclusief de persoon zelf.

Zo mogelijk kunnen we vermelden dat de overledene tot het laatste ogenblik helder bij bewustzijn is geweest. Vertel hoe deze is overgegaan, dit kunnen we ook meestal aan het gelaat zien. Als het om een kind gaat: “Helaas is …(naam van het kind) maar kort in ons midden geweest.” “Het had anders gewild, maar de Schepper heeft het naar het rijk der hemelen geroepen.” “Dit korte leven was zinvol voor het kind en ook voor de omgeving.”

Houd het zoveel mogelijk opgewekt. Maak een toespraak niet langer dan tien minuten; meer weten we ook meestal niet te vertellen.

Na de uitvaart is het goed om u om te kleden en te douchen. Dit bevordert ook het loslaten.

Men kan het beste minimaal drie of vier dagen wachten voordat men daadwerkelijk de spullen van de overledene gaat verdelen.


Bekijk ook

Video – BDE – (NL)

Een korte documentaire over BDE (Bijna Dood Ervaring), persoonlijk verhaal van Pam, Engels gesproken met ondertiteling.