Crab apple / Wilde Appel


Dit is de reinigingsremedie, voor hen die het gevoel hebben dat iets aan hen onrein is. Vaak is het iets schijnbaar onbelangrijks; bij anderen die ernstig ziek kunnen zijn, kan de aandacht zo op dit ene aspect gericht zijn, dat aan de ernst van de ziekte voorbij gegaan wordt. Beide typen willen zich hoe dan ook bevrijden van datgene, wat naar hun idee zo belangrijk voor hen is. Zij geven snel de moed op als de behandeling geen succes heeft. Als reinigingsremedie zuivert deze remedie wonden waarin naar de overtuiging van de patiënt de een of andere gifstof is binnengedrongen en dus verwijdert dient te worden.

Sleutelsymptomen van de negatieve toestand: fobieën zoals besmetvrees, huidklachten zoals acné en zelfafkeer.

Uitspraken: ‘alles moet op z’n plaats liggen’, ‘ik wil precies weten hoe het zit’, ‘k wil de zaken goed op een rijtje hebben’.

Als je je bezoedeld voelt. Gekrenkt tot op het bot, je hebt het naar binnen gelaten. De afkeer zit in jezelf en hoeft maar om zich heen te grijpen voor bevestiging. Het zijn ook de stemmetjes in je hoofd die je afkraken. Geestelijke vervuiling. Jij deugt niet. Hoort in de vuilnisbak. Te rot voor deze wereld. Angst. Zelfs biechten en slapen met de handjes boven de dekens helpt niet meer. Dwangmatig poetsen in de buitenwereld helpt ook niet echt, want het zit in je. Je bent een poetser, poetst alles glad. En van binnen bang en heel veel zooi om eens bij de straat te zetten. De appelboom bloeit en reikt naar het laatste zonlicht met zachtgroene kleurenpracht. Zo puur en mooi dat de oude takken een glans herwinnen die niet uit hun jeugd stamt maar voortvloeit uit verjonging en vernieuwing. De schoonheid zit van binnen, zit er “ingebakken”. Behoort zech maar tot de zielskenmerken van de boom en hoeft slechts gebruik te maken van een mooi voorjaar om vorm te krijge. Wie wil er nou niet zo’n bloesem?

Botanische informatie:

Malus pumila

Waarschijnlijk betreft het hier een verwilderde vorm van een vroeger geteeld ras met brede boomkruin en sporenachtige eindtwijgen. De boom bereikt een hoogt van maximaal 10 meter en groeit in struikgewas, kreupelhout en tra’s. De hartvormige bloemblaadjes zijn dieproze aan de buitenkant, maar naar binnen wit met een lichtroze verkleuring. De appelboom bloeit in mei.

Bekijk ook

Cerato / Loodkruid

Cerato / Loodkruid

Remedie nummer 05 Cerato / Loodkruid Categorie indeling 2